• banner 2 980 250 bpx
  • banner 1 980 250 bpx
  • banner 5 980 250 bpx

Laatste Nieuws

Met z'n allen ten strijde tegen verkrachting

Voor één keer geen klassiek steekspel tussen oppositie en meerderheid in het parlement. Morgen keuren álle partijen een resolutie goed waarin ze concrete aanbevelingen doen aan de regering om verkrachtingen in ons land beter aan te pakken. "Na maanden werk, over de partijgrenzen heen, zetten we de problematiek nu hoog op de agenda", zeggen Nele Lijnen (Open Vld) en Karin Jiroflée (sp.a). Wij schetsen vijf problemen én de gesuggereerde oplossingen.

PROBLEEM: Sporenonderzoek kan pas na aangifte
Het zoeken naar sporen van de dader op het lichaam en de kleding van het slachtoffer vraagt specifieke kennis en moet volgens een vaste, wettelijke procedure verlopen. Een arts verzamelt pas bewijsmateriaal, zoals sperma, na een opdracht van het parket. En daarvoor moet het slachtoffer eerst een aangifte doen bij de politie. “Maar slachtoffers vinden vaak pas na járen de moed om een klacht in te dienen. En tegen dan is het bewijsmateriaal verloren - want als je nog sporen wil vinden, moet je binnen de 72 uur een onderzoek voeren”, weet Karin Jiroflée.

OPLOSSING: Doe béide in gespecialiseerde centra
Gespecialiseerde centra in ziekenhuizen, met artsen, psychologen en juristen onder één dak, kunnen ervoor zorgen dat de drempel om een aangifte te doen verlaagd wordt. De slachtoffers krijgen er medische en juridische begeleiding. Willen zij een aangifte doen van verkrachting, dan kan de politie hen ter plaatse verhoren. Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) rolt dit jaar al dergelijke centra uit in één Vlaams, één Brussels en één Waals ziekenhuis. Maar oppositie en meerderheid pleiten voor minstens één centrum per provincie.

PROBLEEM: Lang niet alle bewijzen worden geanalyseerd
Het onderzoek naar sporen van de dader gebeurt via de zogenaamde SAS-test (seksuele agressieset). Zoals gezegd, kan dat onderzoek pas gebeuren ná een aangifte. “Maar dan nog worden de gegevens te weinig geanalyseerd”, zegt Nele Lijnen. Een voorbeeld: het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie in Brussel, één van de negen erkende laboratoria om DNA-analyses uit te voeren, kreeg in 2014 maar voor 19% van de SAS-tests die het bewaarde een aanvraag tot analyse vanwege het gerecht.

OPLOSSING:Verplicht de analyse
Voor de politieke partijen in ons land is de oplossing eenvoudig: verplicht de analyse van SAS-tests. “Het is een te belangrijk instrument om bewijs te verzamelen en de dader te vatten”, benadrukt Lijnen.

PROBLEEM: Te weinig info in pv’s
Verkrachting blijft grotendeels onder de radar: negen op de tien slachtoffers doen volgens de Vrouwenraad geen aangifte. “En als ze het wel doen, wordt er te weinig informatie bijgehouden. Zo noteert de politie het geslacht en de leeftijd van het slachtoffer en (indien bekend, red.) de dader niet. Evenmin houdt ze de eventuele band met de dader bij”, weet Jiroflée. “Alleen het aantal minderjarigen wordt geregistreerd. Nochtans is al deze info belangrijk om het fenomeen te kénnen en vervolgens gericht aan te pakken.”

OPLOSSING: Register van seksuele misdadigers
De registratie door de politie moet beter. Bij het opstellen van het proces-verbaal moet de politie het geslacht en de leeftijd van zowel slachtoffer als dader noteren én moet ze de mogelijke relatie tussen de twee vermelden. Daarnaast pleiten de partijen ook voor een nationaal register van seksuele misdadigers mét hun DNA-gegevens. “Zo kunnen we ook daderprofielen opstellen en recidive proberen te voorkomen”, zegt Nele Lijnen.

PROBLEEM: Na 10 jaar verjaren seksuele misdrijven
Na 10 jaar verjaren seksuele misdrijven. Tenzij het over minderjarigen gaat, dan geldt er een verjaringstermijn van 15 jaar. De periode waarbinnen het slachtoffer een klacht moet indienen, begint pas te lopen zodra hij of zij meerderjarig is.

OPLOSSING: Termijn herbekijken
Meerderheid en oppositie willen de verjaringstermijn herbekijken. Een specifieke termijn plakken ze er nog niet op in hun aanbevelingen. Zowel Lijnen als Jiroflée vindt dat seksuele misdrijven nooit zouden mogen verjaren. Maar in het verleden stonden CD&V en N-VA hierover op de rem, omdat slachtoffers het signaal moeten krijgen zo snel mogelijk een aangifte te doen. “Dat klopt, maar we moeten hier toch vertrekken van de gemoedsrust van het slachtoffer”, vindt Karin Jiroflée.

PROBLEEM: Te veel vage seponeringen
Het aantal verkrachtingszaken die parketten verticaal klasseren, daalt jaar na jaar. Toch werd tussen 2010 en 2015 nog altijd iets meer van de helft (50,21%) geseponeerd. “De magistraten moeten daarvoor een reden opgeven. Het probleem is dat er geen aparte argumenten bestaan voor verkrachtingszaken. Ze moeten dus grijpen naar algemene redenen, en dat zorgt soms voor erg bizarre klasseringen”, stellen Lijnen en Jiroflée vast. “Zo werden in vijf jaar tijd bijna 20 verkrachtingszaken geseponeerd omdat het om een misdrijf ‘van relationele aard’ ging en bijna 80 zaken omdat het aan ‘het gedrag van het slachtoffer’ lag. Bijzonder stigmatiserend.”

OPLOSSING: Seponering moet exact gemotiveerd
Het parlement wil dat magistraten een apart arsenaal aan argumenten krijgen voor verkrachtingszaken. Zo worden ze gedwongen hun seponeringen beter te motiveren. “We hopen dat dit ook tot een lichte daling van het aantal zal leiden”, zegt Lijnen. Verwijzen naar ‘het gedrag van het slachtoffer’ zal niet meer tot de mogelijkheden behoren. “Zo willen we ook een mentaliteitswijziging teweegbrengen bij de magistraten, die nu soms nog te veel aan victim blaming doen.”


SPEURHONDEN KUNNEN OOK ZOEKEN NAAR SPERMA

Onze overheid zou moeten nadenken over het inzetten van speurhonden in verkrachtingszaken. Dat zeggen Kamerleden Nele Lijnen (Open Vld) en Karin Jiroflée (sp.a). Ze verwijzen naar Noorwegen, waar speurhonden getraind worden om naast bloed ook sperma op te sporen. In liefst 50% van de Noorse zaken waarin een speurhond werd ingezet, vond het dier daadwerkelijk materiaal dat naar de dader leidde. “Het ging om bewijzen die het lab niét kon vinden”, zegt Lijnen. “De pers berichtte ook over een verkrachtingszaak waar het slachtoffer pas na drie jaar naar de politie stapte, maar een speurhond toch nog DNA aantrof.” Ons land wacht een onderzoek in Nederland af vooraleer het op dit vlak zelf actie onderneemt.

Daarnaast blijven beide parlementsleden geloven in hypnoseverhoor bij slachtoffers van seksueel geweld. “Het kan niet gebruikt worden als wetenschappelijk bewijs in de rechtbank, maar het kan de speurders wél op een nieuw spoor zetten”, denkt Jiroflée. Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) maakte dit al mogelijk, maar stootte op erg veel kritiek van gerechtspsychologen.


EN VERDER...

• Ook meerderjarige slachtoffers mogen hun verklaringen afleggen op camera. Dat geldt nu al voor minderjarige slachtoffers. Voordeel is dat ze hun verhaal maar één keer hoeven te doen gedurende het onderzoek.

• Als het slachtoffer zich laat onderzoeken op soa’s, moet dit worden terugbetaald.Op dit moment moet hij of zij hier nog zelf voor opdraaien. «Eventueel moet de dader na een veroordeling de kosten op zich nemen», zeggen Nele Lijnen en Karin Jiroflée.


Bron: Het Laatste Nieuws, woensdag 11 januari 2017, p.2
Auteur: Isolde Van Den Eynde

PROBLEEM:

Sporenonderzoek kan pas na aangifte

Het zoeken naar sporen van de dader op het lichaam en de kleding van het slachtoffer vraagt specifieke kennis en moet volgens een vaste, wettelijke procedure verlopen. Een arts verzamelt pas bewijsmateriaal, zoals sperma, na een opdracht van het parket. En daarvoor moet het slachtoffer eerst een aangifte doen bij de politie. “Maar slachtoffers vinden vaak pas na járen de moed om een klacht in te dienen. En tegen dan is het bewijsmateriaal verloren - want als je nog sporen wil vinden, moet je binnen de 72 uur een onderzoek voeren”, weet Karin Jiroflée.

OPLOSSING:

Doe béide in gespecialiseerde centra

Gespecialiseerde centra in ziekenhuizen, met artsen, psychologen en juristen onder één dak, kunnen ervoor zorgen dat de drempel om een aangifte te doen verlaagd wordt. De slachtoffers krijgen er medische en juridische begeleiding. Willen zij een aangifte doen van verkrachting, dan kan de politie hen ter plaatse verhoren. Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) rolt dit jaar al dergelijke centra uit in één Vlaams, één Brussels en één Waals ziekenhuis. Maar oppositie en meerderheid pleiten voor minstens één centrum per provincie.

PROBLEEM:

Lang niet alle bewijzen worden geanalyseerd

Het onderzoek naar sporen van de dader gebeurt via de zogenaamde SAS-test (seksuele agressieset). Zoals gezegd, kan dat onderzoek pas gebeuren ná een aangifte. “Maar dan nog worden de gegevens te weinig geanalyseerd”, zegt Nele Lijnen. Een voorbeeld: het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie in Brussel, één van de negen erkende laboratoria om DNA-analyses uit te voeren, kreeg in 2014 maar voor 19% van de SAS-tests die het bewaarde een aanvraag tot analyse vanwege het gerecht.

OPLOSSING:

Verplicht de analyse

Voor de politieke partijen in ons land is de oplossing eenvoudig: verplicht de analyse van SAS-tests. “Het is een te belangrijk instrument om bewijs te verzamelen en de dader te vatten”, benadrukt Lijnen.

PROBLEEM:

Te weinig info in pv’s

Verkrachting blijft grotendeels onder de radar: negen op de tien slachtoffers doen volgens de Vrouwenraad geen aangifte. “En als ze het wel doen, wordt er te weinig informatie bijgehouden. Zo noteert de politie het geslacht en de leeftijd van het slachtoffer en (indien bekend, red.) de dader niet. Evenmin houdt ze de eventuele band met de dader bij”, weet Jiroflée. “Alleen het aantal minderjarigen wordt geregistreerd. Nochtans is al deze info belangrijk om het fenomeen te kénnen en vervolgens gericht aan te pakken.”

OPLOSSING:

Register van seksuele misdadigers

De registratie door de politie moet beter. Bij het opstellen van het proces-verbaal moet de politie het geslacht en de leeftijd van zowel slachtoffer als dader noteren én moet ze de mogelijke relatie tussen de twee vermelden. Daarnaast pleiten de partijen ook voor een nationaal register van seksuele misdadigers mét hun DNA-gegevens. “Zo kunnen we ook daderprofielen opstellen en recidive proberen te voorkomen”, zegt Nele Lijnen.

PROBLEEM:

Na 10 jaar verjaren seksuele misdrijven

Na 10 jaar verjaren seksuele misdrijven. Tenzij het over minderjarigen gaat, dan geldt er een verjaringstermijn van 15 jaar. De periode waarbinnen het slachtoffer een klacht moet indienen, begint pas te lopen zodra hij of zij meerderjarig is.

OPLOSSING:

Termijn herbekijken

Meerderheid en oppositie willen de verjaringstermijn herbekijken. Een specifieke termijn plakken ze er nog niet op in hun aanbevelingen. Zowel Lijnen als Jiroflée vindt dat seksuele misdrijven nooit zouden mogen verjaren. Maar in het verleden stonden CD&V en N-VA hierover op de rem, omdat slachtoffers het signaal moeten krijgen zo snel mogelijk een aangifte te doen. “Dat klopt, maar we moeten hier toch vertrekken van de gemoedsrust van het slachtoffer”, vindt Karin Jiroflée.

PROBLEEM:

Te veel vage seponeringen

Het aantal verkrachtingszaken die parketten verticaal klasseren, daalt jaar na jaar. Toch werd tussen 2010 en 2015 nog altijd iets meer van de helft (50,21%) geseponeerd. “De magistraten moeten daarvoor een reden opgeven. Het probleem is dat er geen aparte argumenten bestaan voor verkrachtingszaken. Ze moeten dus grijpen naar algemene redenen, en dat zorgt soms voor erg bizarre klasseringen”, stellen Lijnen en Jiroflée vast. “Zo werden in vijf jaar tijd bijna 20 verkrachtingszaken geseponeerd omdat het om een misdrijf ‘van relationele aard’ ging en bijna 80 zaken omdat het aan ‘het gedrag van het slachtoffer’ lag. Bijzonder stigmatiserend.”

OPLOSSING:

Seponering moet exact gemotiveerd

Het parlement wil dat magistraten een apart arsenaal aan argumenten krijgen voor verkrachtingszaken. Zo worden ze gedwongen hun seponeringen beter te motiveren. “We hopen dat dit ook tot een lichte daling van het aantal zal leiden”, zegt Lijnen. Verwijzen naar ‘het gedrag van het slachtoffer’ zal niet meer tot de mogelijkheden behoren. “Zo willen we ook een mentaliteitswijziging teweegbrengen bij de magistraten, die nu soms nog te veel aan victim blaming doen.”